home | about | partners | faq | contact


  play details
 
search

You can use wildcards.
 
 advanced search >>
 
 select language of
translation >>
 
 alphabetical list
by playwright >>
play "Une pièce gentille sur des gens sympathiques"

original title Een vriendelijk stuk over aardige mensen 
original language Dutch 
playwright Esther Gerritsen
world premiere 2002
title of translation Une pièce gentille sur des gens sympathiques 
language of translation French 
translator Henja Vlaardingerbroek
synopsis De namen van de personages in dit stuk dat Esther Gerritsen speciaal voor Theatergroep Keesen & Co schreef, zijn betekenisvol. Michael, Gabriël en Sofia zijn vrienden van vroeger 'die proberen om gezellig bij elkaar op bezoek te komen'. De connotatie met religie en filosofie is niet toevallig, zoals alles in de stukken van Gerritsen gekozen is en verwijst naar het thema: het gebrek aan zingeving dat de hedendaagse mens in de houdgreep heeft en dat een ontmoeting met de medemens bemoeilijkt, zo niet onmogelijk maakt.
De droge, beschouwende, pragmatische manier waarop de personages de meest uiteenlopende zaken benaderen en zeer precies benoemen, is tegelijkertijd zeer komisch en schrijnend. Het ontdoet alledaagse zaken van hun vanzelfsprekendheid. Elke scène is een variatie op hetzelfde thema: wij willen elkaar leren kennen maar kunnen alleen óver onszelf en elkaar, in plaats van mét elkaar spreken, ondanks al onze (im)perfecties, al onze talenten, die wij uitgebreid van onszelf en elkaar kunnen opsommen en benadrukken. Als er bij deze mensen zonder zin en doel een bisschop in de keuken blijkt te zitten die met slagroom speelt, leidt dat slechts tot aanstekelijke paniek – en een daverende lach bij de toeschouwer.

Een vriendelijk stuk over aardige mensen ging op 27 maart 2002 in première in de regie van Willibrord Keesen en was een productie van Keesen & Co. Het werd geschreven in opdracht van het Amsterdams Fonds voor de Kunsten.


Fragment


Sofia en Gabriël komen bij Michael op bezoek. Ze zijn net binnen. Ze hebben hun jas nog aan en maken geen aanstalten deze uit te trekken.

SOFIA Ik ben een autoriteit. Op het gebied van de oceanografie. Ik ben auteur van vele standaardwerken die elke student oceaankunde op zijn verplichte boekenlijst zal vinden. Vakliteratuur. Ook ben ik hoogleraar moleculaire genetica. Ik ontrafel de moleculaire geheimen van het leven aan de hand van het wormpje elegans, een overzichtelijk beestje met slechts 302 hersencellen. Ik ben een interessante vrouw en een innemende prater. Ik ben een liefhebber van het werk van Proust. Zeg maar gerust: een Proust-kenner bij uitstek. Er is over mij wel gezegd dat ik een charismatische persoonlijkheid heb. Ik sta bekend als een fervent waterpolo-speelster met verdienstelijke resultaten. Het wereldrecord hordelopen staat op mijn naam. Een record dat al tijden staat en de voorspelling is dat dit record niet snel verbroken zal worden. Ik ben wat je noemt een bijzonder mens met uitzonderlijke gaven. Dus als jij tegen mij zegt: "Wat leuk dat je er bent," verbaast mij dat natuurlijk niet. Natuurlijk vind jij het leuk dat ik er ben. Ik word nu eenmaal graag gezien. Ik heb een prettig voorkomen en een aangename stem. Ik heb een in en in goed karakter en uiteenlopende interesses. Zo is bijvoorbeeld de cello een grote liefde van mij. Maar niet alleen de cello, ook de piano bespeel ik graag. Net zoals de gitaar, de viool, de citer, het orgel, de dwarsfluit, de klarinet. Ik heb geen voorkeur. Ik bespeel elk instrument, ik spreek elke taal, ik doe aan elke sport. Ik kan alles.
Maar dat is niet van belang. Het is ook geen verdienste. Ik heb dit nooit 'gewild'. Dat ik alles kan staat los van mijn wil. Dat ik elke taal spreek, elke sport beoefen en elke man krijg is voor mij net zo vanzelfsprekend als het voor een ander is om te ademen. Ja, inderdaad, buiten beschouwing laat ik gehandicapten en ernstig zieken die in spotjes van de ideële reclame vertellen dat ademen niet voor iedereen een vanzelfsprekendheid is. Ik heb het hier over de gewone gezonde volwassene. Niet over gehandicapten, zieken, dementen, kinderen, misdadigers, wao'ers of vrijwilligers. De gewone volwassen mens die geen ideële reclame waardig is, aan wie geen themanummer wordt gewijd, over wie geen debatten worden georganiseerd en die nooit de naam van een congres zal dragen. De volwassen gezonde mens die nergens als uitzondering wordt uitgelicht en voor wie ademen een vanzelfsprekendheid is. Zo vanzelfsprekend als het voor mij is dat ik alles kan.


Fragment 2

SOFIA (bezorgd:) Eh... Michael?

MICHAEL (geschokt:) De kat is weg.

SOFIA Nee, die zit onder het bed.

MICHAEL Godzijdank. Laat 'm maar effe. Komt vanzelf wel tevoorschijn.

SOFIA Maar eh .... Heb jij nog meer mensen uitgenodigd?

MICHAEL Nee, hoezo?

SOFIA Ja, zie je, dat dacht ik al.

GABRIËL Hoezo?

SOFIA Nou - ... Er staat een bisschop in je keuken.

MICHAEL Meen je dat nou?

GABRIËL Wat?!

SOFIA Ga maar kijken.

GABRIËL Hè?

MICHAEL Wat moet ie?

SOFIA Hij vraagt zich af of je 'm nodig hebt. Maar hij wil niet ongevraagd binnenkomen.

MICHAEL (Lachend:) De smeerlap. Komt ie nu mee. Jaha, zo gaat dat. Godverdomme zeg, hè, jaha, zo doen ze dat.

GABRIËL Een bisschop?

SOFIA Met zo'n paarse jurk. Dat is toch een bisschop?

GABRIËL Ja, dat weet ik niet.

SOFIA Ga maar kijken.

(Gabriël gaat even kijken en komt weer terug.)

GABRIËL Je hebt gelijk. Het is een bisschop.

SOFIA Ja hè? Dat dacht ik ook.

GABRIËL Nee, het is zo. Ik heb het gevraagd.

SOFIA Oh, nou, zie, dan zal het wel zo zijn.

MICHAEL Hij zal het zelf wel het beste weten. Of niet? Geef me je jas, ga zitten, maak het je gemakkelijk.

GABRIËL Jij gaat niet even kijken?

MICHAEL (lacht:) Jaaha, daar trap ik in! Nee, dat risico neem ik niet.

GABRIËL Misschien is het iemand die je kent.

MICHAEL Geloof me, ik ken geen bisschoppen. Zeg 'm maar dat dit een besloten feestje is.

GABRIËL Kan je dat niet zelf even doen?

MICHAEL Zolang die man daar staat, ga ik de keuken niet in.

GABRIËL Het is jouw huis. Als jij niet wilt dat die man in jouw keuken staat, dan moet je dat tegen die man zeggen.

MICHAEL Mij krijg je die keuken niet in.

GABRIËL Ik ga het niet voor je doen.

MICHAEL Dan laten we hem in de keuken.

SOFIA, lieve schat, mag ik je jas aannemen?

GABRIËL Je denkt toch niet dat ik hier op mijn gemak ga zitten, terwijl ik weet dat die man daar staat?! Stuur 'm dan alsjeblieft weg!

MICHAEL Gabriël luister: aan zulke dingen kan je beter geen aandacht besteden. Voor je het weet zit je er tot aan je nek in. Dat is net als met de maffia. Zo'n man gaat vanzelf wel weer weg.

SOFIA Zeg eh.... gaan we zitten of blijven we hier staan?

MICHAEL Natuurlijk, sorry, ik ben er niet helemaal bij... sorry, natuurlijk, geef me jas, ga zitten.

(SOFIA maakt aanstalten haar jas verder uit te trekken, maar stopt wanneer
Gabriël begint te praten.)

GABRIËL En jij vraagt je ook niet af wat die man daar moet?

SOFIA Jij weet net zo goed als ik, dat voor zoiets geen verklaring bestaat.

GABRIËL Dus daar laat je het bij.

SOFIA Je kan bij mij thuis vragen: "Waar staan je kamerplanten?" En dan zeg ik: "Er zijn hier geen kamerplanten." Dan zeg jij toch ook niet: "Ik vraag me toch af waar de kamerplanten zijn?"

MICHAEL Heb jij echt niet één plant?
 
further information click here
 
« back




   Czech Republic »
   Finland »
   France »
   Germany »
   Netherlands »
   Poland »
   United Kingdom »
   Slovakia »
   Sweden »
   Further Projects »
home | contact | disclaimer © 2017 Information Centre for Drama in Europe (ICDE). All rights reserved.