home | about | partners | faq | contact


  play details
 
search

You can use wildcards.
 
 advanced search >>
 
 select language of
translation >>
 
 alphabetical list
by playwright >>
play "Hausfrau"

original title Huisvrouw 
original language Dutch 
playwright Esther Gerritsen
world premiere 1999
title of translation Hausfrau 
language of translation German 
translator Evke Rulffes
synopsis Huisvrouw is een monoloog van een vrouw die niet meegaat met de eisen van de tijd. De hoofdpersoon doet het huishouden en wacht op de thuiskomst van haar man. We volgen een dag uit haar leven. In negen korte scènes gunt de schrijver ons een blik in de gedachten, herinneringen en fantasieën of waanbeelden van de Vrouw. Haar leven overziend is er een aantal cruciale leermomenten geweest. Zo leerde de Vrouw toen ze vijf was de schaamte kennen. Op tienjarige leeftijd ontdekte ze dat zich in het leven steeds weer nieuwe problemen aandienen, en je steeds moet wachten op een oplossing, of erger: tot het slijt. Op haar twintigste probeerde ze zelfmoord te plegen, maar "Op het moment dat ze geen mens meer is, denkt ze: dan kan ik net zo goed leven." Vijf jaar later beseft ze: om gelukkig te zijn, moet je niets verlangen.
Nu deelt ze haar dag in rond het huishouden. Als de klussen zijn geklaard, moet ze de tijdspanne overbruggen tussen het schillen van de laatste aardappel, om elf uur 's ochtends en de thuiskomst van haar man, om halfzes. Dit is de periode van het wachten, die zeer precies moet worden ingezet, zodat haar man, die ze haar cowboy noemt, precies op de climax van het wachten thuiskomt. Op de ochtend van de dag waarop het stuk zich afspeelt, heeft ze bezoek gehad van Ria Brandse van Felicitas. Een vriendin! heeft de Vrouw gedacht, een vriendin die helder en onomwonden vertelt wat ze van vriendschap verwacht. Maar Ria kwam niet voor haar, maar voor het verkopen van allerhande producten.
Haar omgeving heeft weinig begrip voor haar bestaan als huisvrouw. In gedachten wordt ze gekweld door een quizmaster, het publiek, maar ook vrienden, vriendinnen. Ze moet toch iets willen bereiken, ze moet risico's durven nemen, ze wil toch wel de hoofdprijs winnen of anders een reis naar een verre bestemming? De Vrouw wil dit alles niet. Ze wil haar huis, haar dag, haar man.
In de laatste scènes stelt ze zich voor hoe haar man naar huis rijdt, steeds heviger verlangend naar zijn terugkeer, hem aansporend steeds harder en roekelozer te rijden, tot ze zichzelf in filmische flashes verheft boven de bergen van Hollywood en haar televisiehelden voorbijvliegt. Verder gaat het langs de Eiffeltoren, langs de sloten en wegen terug naar huis, waar ze tot rust komt.

Huisvrouw ging op 8 oktober 1999 in première als Gasthuisproductie in de regie van Alexandra Koch.


Fragment

VROUW:

Een aardappel.
Ik ben alleen met de aardappel.
Samen zijn wij één universum.

…

's Ochtends schilt de vrouw de aardappelen.
Dat kan best.
Als je ze maar in het water legt.
Om elf uur schilt ze de aardappelen voor halfzes.
Zo horen elf uur en halfzes bij elkaar.
De tijd ertussen is opgeheven.
In die opgeheven tijd, bestaat zij.
Daar dwaalt zij rond.

Elf uur, en alles is klaar voor halfzes.
De kleren die zijn gestreken, kijken haar niet meer aan.
De planten die water hebben gehad, denken alleen nog aan zichzelf.
De aardappelen die zijn geschild, zijn niet meer in de vrouw geïnteresseerd.
Alles heeft zijn plek ingenomen en haar achtergelaten.
Alles wacht stil op halfzes.
De ruimte zwijgt.

Het is elf uur.
De vrouw kijkt naar de laatste ongeschilde aardappel.
Tot halfzes, is deze aardappel de enige die iets van haar verwacht.
Samen, zijn zij één universum.
Alleen met deze aardappel heeft zij een relatie.
De aardappel verwacht iets van haar.
Zij heeft plannen met hem
Ze denkt dat het een 'hij' is.
Ze heeft dus gedachtes over hem.
Ze hebben een toekomst samen.
Nog wel.

Het huis is de wereld.
De vrouw is de enige overlevende.
Zij is van na de ramp.
Zij speelt de hoofdrol in zo'n film over ná de derde wereldoorlog.
Er is niets meer.
Behalve zij.
En wat er over is van de wereld.
En hij.
Natuurlijk.
De man.
Maar hij komt nog.
Hij komt straks.
Later.

Hij speelt in een andere film.
Een film over mensen.
Een film over relaties.
Een 'human interest film'.
Een film over dromen en verlangens.
Over innerlijke conflicten.
Hij heeft een gevoelsleven.
Hij heeft een gedachtenwereld.
Hij vraagt zich dingen af.
Hij twijfelt.
Hij hoopt.
Hij heeft spijt.
Hij verlangt.
Hij is een mens.
Dat geeft niet.
Zij houdt van zijn mens.
Zij heeft geen relatie.
Zij heeft hem.
Hij is haar man.

Om halfzes komt haar man thuis.
Haar man vertelt haar wat hij heeft meegemaakt.
En hoe hij dat heeft ervaren.
Haar man vertelt haar wie hij heeft ontmoet.
En welke indruk diegene bij hem maakte.
Als het een vrouw is, die hij heeft ontmoet, vraagt zij:
'Ben je met haar naar bed geweest?'
En dan zegt hij:
'Nee, daar ben ik niet mee naar bed geweest.'
Dus ze is niet jaloers.

Hij heeft een relatie.
Zij heeft hem.
Vroeger niet.
Vroeger had ze niemand.
Vroeger had ze relaties.
Dat weet ze nog goed.
Want daar was altijd iets mee.
Met die relatie.
En daar hadden ze het dan over.
Zij en … haar relatie.
Niet meteen.
Want eerst moest het natuurlijk nog een relatie worden, en dat duurde even.
Je had dan altijd eerst het begin, van leren kennen en zo, en dat deden ze dan ook, zo van 'eerst 's leren kennen,' en 'we zien wel,' zeiden ze dan, en dan heette het eerst nog niks, en dan hadden ze ook eigenlijk nog niks, en op een gegeven moment kregen ze dan wat, en dan ging het ook iets heten, en dan hadden ze wat, en na een tijdje hadden ze het daar dan over.
Dan zei zij bijvoorbeeld:
'Ik mis iets.'
Zij zei steeds:
'Ik mis iets. Ik weet niet wat het is maar ik mis iets.'
En dan gingen ze zoeken wat zij dan miste, en uiteindelijk zeiden ze dan:
'Je hoeft ook niet alles in de relatie te zoeken.'
Dan zeiden ze:
'Een relatie is niet ladingdekkend.'
Dat zeiden ze dan ook tegen andere mensen, en die vonden dat mooi, hoe zij dat deden.
Dat zeiden ze dan:
'Dat is mooi om te zien, hoe jullie daar mee om gaan.'
En dan na een tijdje zei zij weer:
'Het voelt benauwd.'
Want ze had het steeds benauwd.
Dan zei zij:
'Ik weet niet wat het is, maar het voelt benauwd.'
En dan mocht ze ineens ook dingen doen met anderen, die ze normaal niet mocht doen, maar dat deed ze dan niet, maar dat mocht dan wel, maar dan voelde het nog steeds benauwd, dus dat hielp niet, en dan bleek dat het toch om hen ging, dat ze het in de relatie moesten zoeken.
'Die vraag naar vrijheid is een klacht over de relatie.'
Zo zat dat dan eigenlijk, en dan moesten ze die oorzaak in de relatie zoeken, en dan zochten ze, maar dan na een tijdje had ze toch weer iets, ergens over, en toen bleek dat ze dat juist bij zichzelf moest zoeken, en niet in de relatie, en dan ging ze daar over nadenken, en dan hadden ze het steeds over wie zij eigenlijk was, en over wie ze wilde dat ze was, en of ze dat moest sturen, of juist laten gaan, zodat ze er achter kon komen wie ze werkelijk was, en toen…

Toen ontmoette ze hem.
Haar man.
En daar hield het op.
Zij hield op.
Want ze hield van hem.
Dat was genoeg.
Ladingdekkend.
Hij was in haar geïnteresseerd.
In haar bestaan.
In haar relaties.
Haar gedachten.
Wilde alles van haar weten.
Zij vond het best.
Wilde ook best wat weten.
Ook best niet.
Ze hield van hem.
Dat was genoeg.
Ze was niet geïnteresseerd.
Ze kende 'm al.
Hij was haar man.

Ze dacht niet meer na over waar te komen, hoe te bereiken, met welke middelen, tegen welke prijs, de voor- en nadelen, en de gedachte daarachter, de visie de waarom doen we eigenlijk wat we doen, en zichzelf, vooral zichzelf, wie ze was, wie ze werd, wat ze vond van zichzelf, en wat ze vond wat ze van zichzelf zou moeten vinden, wat zichzelf van zichzelf vond van zichzelf vond van zichzelf van - ze verruilde haar gedachtenwereld voor een tastbaardere wereld, die van welke jurk, welk gebouw, wat voor taart, hoe groot het huis, in welke wijk, welk merk Blender, en zag de dingen om zich heen, zag daadwerkelijk voor het eerst de dingen om zich heen, en vond zichzelf in kasten, in kleren, in huishoudelijke apparaten, was niet meer vatbaar voor de mensen die daar weer over dachten, die haar dingen toe sisten als materialistisch, afhankelijk, kortzichtig, naïef, totaal doof voor geworden, want de dingen stonden nergens meer voor, de Blender was geen huishoudelijk apparaat, is gelijk aan: moderne apparatuur, is gelijk aan: materialisme, is gelijk aan: truttig, burgerlijk, de Blender stond nergens meer voor, de Blender was de Blender, was Braun de Blender, was haar Blender, zoals haar knuffels ooit haar knuffels waren geweest.
 
further information click here
 
« back




   Czech Republic »
   Finland »
   France »
   Germany »
   Netherlands »
   Poland »
   United Kingdom »
   Slovakia »
   Sweden »
   Further Projects »
home | contact | disclaimer © 2017 Information Centre for Drama in Europe (ICDE). All rights reserved.