home | about | partners | faq | contact


  play details
 
search

You can use wildcards.
 
 advanced search >>
 
 select language of
translation >>
 
 alphabetical list
by playwright >>
play "Black hole"

original title Pick up 
original language Dutch 
playwright Gerardjan Rijnders
world premiere 1986
title of translation Black hole 
language of translation English 
translator Robert Klinkenberg
synopsis In Pick-Up staan dood, seksualiteit, angst voor dood én leven en miscommunicatie centraal.
De personages hebben geen psychologische diepgang maar zijn slechts het instrument van de voorstelling. De personages zijn compleet dolgedraaid en hebben opgehouden zich daarover te verwonderen. Verwondering bestaat überhaupt niet meer in hun leven.

De vrouw L, getrouwd met Ludwig, treft de man T, haar minnaar, in haar eigen huis. Tijdens deze overspelige ontmoeting maken ze elkaar fysiek en verbaal murw om het gevoel 'elkaar nodig te hebben' te vermijden.
T vindt dat de man van L stinkt. L wil T een verhaal vertellen over een man die vergeten was dat hij een moord had gepleegd. Zij is hun eerste ontmoeting vergeten en probeert zich die krampachtig te herinneren. Het zoeken naar een herinnering wordt een alibi om het over van alles te hebben.
T reageert voortdurend op L met woordspelletjes.

T: zingen in een droom staat voor neuken. L: maar om te zingen heb je een stem nodig. T: om te neuken? L: om te zingen.

Hij begrijpt haar zinnen moedwillig verkeerd. L wordt daar razend van en zegt dan ook ‘gek van taal te worden’ waarop hij reageert met ‘de taal wordt gek van ons’. Onophoudelijk laaien de gevechten op, juist op momenten dat het samenzijn aangenaam dreigt te worden.
L heeft kanker en het gevoel dat ze in een zwart gat leeft, een soort dood. T ziet het zwarte gat als een ‘soort navel in het heelal, of een soort anus, maar deze slobbert alles op, een soort kut eigenlijk ook’.
L is bang. Ze wil het hebben over DNA en hele kleine deeltjes die je alleen door een microscoop kunt zien en die volgens haar ongelukkig zijn omdat ze met een rotsnelheid panisch heen en weer schieten.
Zo schiet ook de conversatie panisch heen en weer, nergens krijgen ze vat op. Hun werkelijkheid valt in kleine deeltjes uit elkaar, verschillende realiteiten lopen door elkaar heen en zijn niet meer te onderscheiden. Zoals op het tv-scherm het ene willekeurige beeld het andere opzij duwt.
Ook emotie is niet iets dat binnenin zit maar in de eerste plaats een reactie op een gebeurtenis in de buitenwereld.
Af en toe is er sprake van een korte tederheid, een korte rust tussen beiden. L citeert een gedicht van Hölderlin. Direct daarna vallen beiden weer heftig tegen elkaar uit. Via hun dromen proberen ze elkaar iets over zichzelf te vertellen. L ruikt in haar droom een stinkende lekkage afkomstig van een pick-up die al jaren op zolder staat te draaien. De groef in de plaat is een 'greppel' geworden. Zoals de grammofoon dienst weigert, weigeren ook haar hersens dienst.
T legt haar uit dat haar droom een metafoor is voor haar huwelijk. Zelf droomt hij dat zijn ballen jeuken en dat hij platjes heeft. L beschuldigt hem ervan dat hij die droom alleen maar verzint om zijn vreemdgaan te camoufleren. Wat is echt en wat is droom? Steeds weer komt L terug op de moordenaar die de moord vergeten was totdat hij van zijn fiets valt en zich alles weer herinnert. Dan moet hij die moord in zijn hoofd keer op keer herhalen. Maar had hij die moord wel echt begaan of was het een droom, of, sterker nog, een droom in een droom?
T herinnert L aan hun eerste ontmoeting die zich afspeelde op een opening van de Neo Geo's. L was vergeten dat ze daar huilde en aan T vertelde dat ze kanker had. Maar nu heeft ze de stekker van de pick-up uit het stopcontact getrokken. Daarmee denkt ze, wil ze dat haar kanker over is. Ze heeft de oorzaak gevonden want net zomin als je zomaar een droom krijgt, krijg je zomaar kanker, zegt ze.

Het stuk kent geen eenheid van stijl: dan staan de personages tegen elkaar te schreeuwen, dan liggen ze slap van de lach tegen elkaar aan, dan doen ze een dansje, niets is psychologisch gemotiveerd. Het geluk wordt uitgebeeld als een veeleisende, roekeloze strijd om elkaar te overheersen.
Het taalgebruik van de personages is een opeenstapeling van vulgarismen. Woorden zijn nog slechts projectielen van de wanhoop en de frustratie, die men vanuit de belegerde vesting van de eigen individualiteit op de ander afvuurt. De zinnen sluiten niet logisch op elkaar aan en veroorzaken een gigantische spraakverwarring tussen de personages. De dialogen vormen tezamen geen dramatische structuur maar tonen veeleer de tekortkomingen van het gesproken woord.

Pick-Up werd opgevoerd in het seizoen 1986/1987 in de regie van Gerardjan Rijnders. De première was op 21 maart 1987 in de Toneelschuur te Haarlem


Fragment


L
We kunnen het beter over iets anders hebben. Over hele kleine deeltjes, bijvoorbeeld, of we gaan naar buiten en laten ons overvallen door een zure stortregen, of dat ik visioenen krijg, want ik sta de laatste tijd op gespannen voet met het alledaagse.

T
Dat is eigen aan het alledaagse.

L
Vrouwtjes die met lange tepels in hun thee roeren, las ik laatst en het woord beleid wordt altijd het woord belediging.

T
Da's niet zo gek.

L
En als je me kust, weet ik nooit, van wie z'n haar tong is.

T
Zou ik me ook niet over opwinden.

L
Dan windt het me ook niet meer op. Waarom zei je dat laatst tegen me?

T
Wat?

L
Dat durf ik niet te zeggen.

T
Was 'het zo erg?'

L
Toen ik jou vroeg: wat vind je het lekkerst?

T
Dat hangt toch helemaal van de situatie af. In bad is weer anders dan op een grasveld, wat zei ik dan? Anaal?

L
Vind je dat 't lekkerst?

T
Dat zei ik net, dat hangt van de situatie af als het koud is, of met badschuim.

L
Waarom zeg je dan zoiets?

T
Anaal?

L
Nee, durf ik niet te zeggen.

T
Als jij dat niet durft, dan kan ik toch niet zeggen, waarom ik dat zei.

L
Maar dat zei je nu juist: dat durf ik niet te zeggen.

T
O. Ik weet niet. Misschien dacht ik aan je man.

L
Lul!

T
Oké, kut!

L
Laten we het inderdaad maar hebben over hele kleine deeltjes, heel lullige kleine deeltjes, die je alleen door een elektronen miskrokoop, sorry, mikroskoop, kunt zien.

T
Wat valt daar dan over te zeggen, behalve datje ze niet kunt zien.

L
Dat ze ongelukkig zijn, bijvoorbeeld.

T
Hoe weetje dat?

L
Ze schieten, schijnt het, voortdurend, met een rotsnelheid, panisch heen en weer.

T
Huilen ze dan?

L
Kunnen ze niet.

T
Nou dan.

L
Als ik niet kan huilen, was ik ook heel ongelukkig.

T
Als jij je zo identificeert met hele kleine deeltjes, waarom hebben we het dan niet over jou?

L
God, wat een mannelijk argument!

T
Daar gaat ie weer! De man
de vrouw
de kut
de lul
de makro
de mikro
het binnen het buiten
ik heb geen binnen
jij hebt geen buiten
ik ben de oorlog
jij bent de vrede
ik ben het zweet
jij bent de tranen
jij hebt de baby
ik ben het beest
ik ben de baby
jij bent het feest
ik heb de kater
jij bent de roes
ik kan niet voelen
jij kan niet denken
ik wil de daad
jij wilt het voorspel
`hallo schat, hoe gaat het?'
`kut!'
`hoezo?'
"k heb kanker!'
`waar?'

L
Maar het is toch zo. Ik hoef maar te zeggen dat ik tegen milieuverontreiniging ben en jij brult al...

T
Hou dan je bek!

L
Juist.

T
Waarom ga je niet bij me vandaan.

L
Ik ben niet eens bij je.

T
We hebben elkaar niets meer te zeggen.

L
Niets.

T
Goed. Ik ga.
(stilte)

T
Ben ik weg.

L
Ja.
(stilte)
 
further information click here
 
« back




   Czech Republic »
   Finland »
   France »
   Germany »
   Netherlands »
   Poland »
   United Kingdom »
   Slovakia »
   Sweden »
   Further Projects »
home | contact | disclaimer © 2017 Information Centre for Drama in Europe (ICDE). All rights reserved.