home | about | partners | faq | contact


  play details
 
search

You can use wildcards.
 
 advanced search >>
 
 select language of
translation >>
 
 alphabetical list
by playwright >>
play "Drei"

original title Drie 
original language Dutch 
playwright Bodil de la Parra
world premiere 2001
title of translation Drei 
language of translation German 
translator Eva Maria Pieper
synopsis

Johan, Jacob en Jonas, alledrie vier jaar oud, moeten binnenkort voor het eerst naar de lagere school. Jonas zal naar een andere school gaan dan zijn broertjes. Omdat er iets mis ging bij de geboorte, moet hij als enige naar een speciale school. De jongens zijn het niet eens met deze beslissing en dat is de reden dat zij gedrieën weglopen van huis. Voorzien van brood en Jonas' pillen gaan ze op weg naar hun oom Kees. Zonder knuffels, alleen Jonas mag zijn speen meenemen, gaan zij op weg.
Zij vermaken zich onderweg totdat de boterhammen op zijn en ook het drinken langzaam opraakt. Ze weten zich nog enigszins te redden met het drinken van de regen en het eten van de appels uit een boom, maar daar zijn ze al gauw op uit gekeken als een hevige buikpijn komt opzetten. Bij een rivier aangekomen bouwen zij een vlot met een skateboard om het water over te steken, Jacob laat daarbij een van zijn eieren in het water vallen en springt deze achterna. Hierop ontstaat een ruzie tussen de jongetjes en Johan loopt boos weg. Jonas en Jacob blijven samen achter.
Als Jonas ziek wordt, probeert Jacob hem op te beuren en gaat op zoek naar eten. Hij keert terug met besjes waar ze allebei van eten en waar ze van in slaap vallen. Bij het ontwaken moet Jacob overgeven en denkt nog even dat ze misschien wel dood zijn gegaan aan de besjes, maar Jonas maakt hem duidelijk dat dat niet zo is. Als ze Johan even later horen terugkeren, houden zij zich stil en doen alsof zij gestorven zijn door het eten van de besjes. Maar al gauw laten ze Johan weten dat ze hem gefopt hebben en Johan vertelt dat een boer zijn moeder heeft opgebeld en dat ze hen gauw zal komen ophalen. De drie broertjes zijn blij dat ze naar huis kunnen en accepteren nu dat Jonas anders is dan zij, dat hij speciaal is.

Drie ging op 19 oktober 2001 bij Theater Artemis in première onder regie van Matthijs Rümke.


Fragment


Later. Ze lopen alweer een tijdje.

JOHAN
Nu zijn we er.

JACOB
Is dat de zee?

JONAS
Zoute zee zeker.

JOHAN
Nee, de rivier.

JACOB
Maar hij is zo groot.

JONAS
Meer?

Johan kijkt bedenkelijk.

JOHAN
We moeten een vlot maken.

JACOB
Ja, een vlot.

JONAS
Waarvan?

JACOB
Of we maken een schip.

JOHAN
Kan ook.

JONAS
Waarvan dan?

JACOB
En dan ben ik de piraat.

JONAS
Vlot van wat?

JOHAN
Nee, dat ben ik.

JACOB
Nee, ik. Ik was eerst.

JONAS
En ik. Ik ook.

JACOB
Stommerd.

Jacob wil Johan slaan maar slaat Jonas. Die gaan elkaar te lijf.

JOHAN
Hou op. Het was maar een grapje. Laat dat. Niet ... Dat doet ... Stop.

Jacob en Jonas schoppen elkaar nu met de voet.

JOHAN
Stop zeg ik toch. Jullie zijn allebei de piraat goed? Hou op!

Hij probeert tussen beide te komen en vangt een klap op.

JOHAN
Auw.

Hij valt neer.

JACOB
Johan, heb je....doet het pijn?

Johan blijft slap liggen en geeft geen kik.

JONAS
Johan ... geef antwoord. Johan ...ooh, ik ...niet....

JACOB
Hij ademt wel. Johan, hoor je me?

Stilte.

JACOB
Wat nu?

JONAS
Op! Sta.

Ze beginnen aan Johan te schudden etc,

JACOB
Misschien is hij wel dood.

JONAS
Niet, oh, dood, nee!

JOHAN
Natuurlijk niet.

JONAS
Johan! Oooh.

JOHAN
Ik ben alleen boos.

JONAS
Waarom?

JOHAN
Weet ik niet. Ik ben gewoon boos.

JONAS
Steeds nog?

JOHAN
Nee, nu niet meer.

Stilte.

JACOB
Waar gingen we ook alweer heen?

JONAS
Naar oom Kees.

JOHAN
En Saskia.

JONAS
Zeker, Ja.

JACOB
Maar waarom ook alweer?

JOHAN
Nou ja omdat... omdat wij ... en Jonas. Omdat Jonas...

JONAS
Meerkoet.

JACOB
Oja.We willen naar de Meerkoet. Maar dat kan niet.

JONAS
Moet naar speciale school.

JACOB
Niks speciaals aan je.

JONAS
Ook Meerkoet.

JOHAN
Misschien is het juist goed dat je naar een andere school gaat.

JONAS
Waarom?

JOHAN
Want daar zijn veel aardigere juffen.

JONAS
Hoe weetje dat?

JOHAN
Dat heb ik gehoord.

JACOB
Van wie?

JOHAN
Gewoon gehoord. Je krijgt elk uur iets lekkers. Een snoepje of een koekje.
Daarom is het een speciale school.
JONAS
Ja?

JACOB
Niet, dat kan niet.

JONAS
Elke keer koek?

JOHAN
Met chocola.

JACOB
Zo'n school bestaat niet.

JOHAN
Wel.

JACOB
En waarom zitten wij dan niet op die school?

JOHAN
Wij zijn niet speciaal.

JONAS
Nee. Jullie niet speciaal.

JACOB
Ik ben wel speciaal.

JOHAN
Je stottert toch niet?

JONAS
En nooit aanval.

JACOB
Ik wil ook op die school.

JOHAN
Kan niet.

JACOB
We wilden toch in dezelfde klas?

JOHAN
Je wilde toch naar de Meerkoet.

JACOB
Nu ga ik vragen of we bij Jonas in de klas mogen. Op de speciale school.

JONAS
Jullie willen Meerkoet.

JACOB
Ik wil naar huis.

JOHAN
En oom Kees en Saskia?

JACOB
Ik ga naar huis.

JONAS
Waarom?

JACOB
Ik heb honger. De boterhammen zijn op.

JOHAN
Aan de overkant van de rivier zijn huizen.

JONAS
Ja.

JOHAN
En winkels.

JACOB
Ja maar...

JOHAN
Wat?

JACOB
Ik wil naar mamma.

Jacob begint hartverscheurend te huilen.

JACOB
En pappa. Ik mis zo mijn pappa en mamma.

De anderen staan er ontredderd bij.

JONAS
Nou ... Niet huilen ...Jacob. We gaan wel. Weer naar huis. Naar mamma en
pappa Spelen met de trein. Met het station. Jij ook speciale school.

JACOB
Hoe weet je dat nou.

JONAS
Ik zei het maar. Gewoon.

Het huilen stopt. Stilte.

JACOB
Daar. Kijk. Hij rent weg.

JACOB
Hele grote eien. Kijk eens.

JONAS
Wat een ei.

JOHAN
Voorzichtig, anders breken ze.

JACOB
Groot he?

JOHAN
Die zijn van een ... van-.

JONAS
Eende- eien.

JOHAN
Precies!

JACOB
Maar kun je ze eten?

JONAS
Zeker, ja. Kookt, bakt, klust.

JOHAN
Gekl...gelust...

JONAS
Klutst.

JACOB
Een gebakken eitje.

JONAS
Mmmm.

JACOB
Zalig.

JOHAN
Wat zijn ze groot.

JACOB
Maar hoe moeten we ze bakken?

JONAS
Pan.

JOHAN
We hebben geen pan.

JACOB
Jammer.

JONAS
Kant over. Dan pan.

JOHAN
Wat?

JONAS
Schip.Water. Ei en pan

JOHAN
We moeten naar de overkant.

JACOB
Ja, snel.

JOHAN
Komop.Takken. Nu!

JONAS
Hier.

JOHAN
Wat goed. Dat is het schip.

Jonas heeft het scateboard gepakt om het vlot te maken. Ze slepen er takken bij. En alles wat ze vinden. Het vlot is klaar.

JACOB
Blijft `ie nu drijven?

JOHAN
Als we heel rustig blijven zitten wel.

Ze willen zich installeren.

JONAS
Stop. Ei.
Eien.

JOHAN
Bijna vergeten.

JACOB
Dank je Jonas.

JONAS
Mwa.

JOHAN
Ze gaan in mijn rugzak.

JACOB
Maar dan breken ze.

JOHAN
Hoe wil je ze dan meenemen?

JACOB
In de hand. Ieder een ei.

JOHAN
Maar we moeten ook peddelen.

JONAS
Hoe?

JOHAN
Met je hand.

JONAS
Dan?

JOHAN
Het water wegduwen.

Hij doet het voor.

JONAS
Goed.

JOHAN
Jonas wil peddelen, maar er moet nog iemand bij.

JACOB
Ik kan niet, ik heb mijn ei.

JOHAN
Dan ga ik ook peddelen.

JACOB
En de eien dan?

JOHAN
In de rugzak.

Hij pakt twee eieren zorgvuldig in.

JOHAN
Zo, we kunnen vertrekken.

JACOB
Schip ahoy!

JONAS
Alle hens adek!

JOHAN
Alle hens aboord!

JONAS
Ahoy, de loopplank in.

JOHAN
Loopplank.

JONAS
Licht het anker. Ze zijn vertrokken.

JACOB
Wat is anker?

 
further information click here
 
« back




   Czech Republic »
   Finland »
   France »
   Germany »
   Netherlands »
   Poland »
   United Kingdom »
   Slovakia »
   Sweden »
   Further Projects »
home | contact | disclaimer © 2017 Information Centre for Drama in Europe (ICDE). All rights reserved.